Wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet

Lokalis biedt al ruim elf jaar basishulp aan gezinnen, kinderen en jongeren in Utrecht. Ook voor de decentralisaties zijn we hier al mee gestart. En we zien de impact hiervan. Veel hulp wordt geboden door het lokale team en minder door de aanvullende zorg, waardoor Utrecht al jaren financieel binnen de pas loopt.

Een aantal leidende principes is hierin cruciaal:

  • Eenvoud (waaronder minder regeldruk, geen tijdschrijven, geen onnodige bureaucratie)
  • Eén gezin, één plan
  • Ruimte voor de professional
  • Doen wat nodig is
  • Ongelijk investeren voor gelijke kansen

Het huidige wetsvoorstel biedt de verkeerde oplossingen voor de huidige problematiek in de jeugdzorg. In plaats van beheersbaarheid te vergroten, dreigt het voorstel de zorg minder effectief, duurder en ingewikkelder te maken. Minder eenvoudig, minder ruimte voor de professional en geen oplossing voor de onderliggende oorzaken.

Als wij gezinnen helpen kijken we ook altijd verder dan de vraag waar een gezin in eerste instantie mee binnenkomt. We vragen uit: “Waar zit je last? Wat kun je zelf, wie zit er in je netwerk (zie ook rapport ‘kinderen uit de knel’), wat zijn de doelen die je wil bereiken?” Vaak komt een vraag binnen als een opvoedvraag: mijn kind is druk, het loopt niet lekker op school. Vaak blijkt er dan veel meer aan de hand te zijn. Schulden, spanningen tussen ouders, slechte huisvesting… Het is dan ontzettend belangrijk om juist aan de oorzaken iets te doen en niet daar waar het zich uit.

Want daarmee doen we ook iets richting onze kinderen en jongeren. Want als er ontzettend veel stress thuis is en je woont in een veel te klein huis en een van je ouders is verslaafd, is het dan gek dat je op school misschien heel druk of juist heel stil bent? Is er dan een diagnose voor dit kind nodig of moeten we kijken of we kunnen helpen de stress uit het gezin te halen door schuldhulp, verslavingszorg of betere huisvesting? We hebben hier andere partijen keihard voor nodig, want nu lossen we veel teveel problemen op in de jeugdzorg en feitelijk over de ruggen van onze kinderen en jongeren.

De Commissie van Ark zei het al: de jeugdwet is de aanpalende wet en andere domeinen zijn niet aanpalend op de jeugdwet. Want is de schuld oplossen niet vaak goedkoper en beter? Is de ouder helpen met zijn verslavingsprobleem niet meteen winst voor het hele gezin (i.p.v. alle kinderen in een jeugdhulptraject), is een (groter) huis huren niet goedkoper dan twee, drie of vier uithuisplaatsingen? Op korte – maar zeker ook op lange termijn, de effecten van uithuisplaatsingen zijn immers bekend.

Het is tijd voor een groot offensief in Nederland waarbij we echt voor onze kinderen en jongeren opstaan. Als we dit doen blijft er ook genoeg tijd en geld over om kinderen, jongeren en gezinnen die echt hulp nodig hebben vanuit de jeugdwet goed te ondersteunen, want dat is nodig!

Soms is het leven ook gewoon ontzettend ingewikkeld en vraagt dat veel van gezinnen. Lang niet altijd is professionele hulp dan nodig. Steun bij elkaar zoeken is ontzettend belangrijk. Ouders die elkaar steunen en helpen, jongeren die in groepen zien dat ze niet de enige zijn die eenzaam zijn. Laten we dit ook weer meer onderdeel maken van ons dagelijks leven! De buurt, school en de sociale basis zijn hierin onder andere belangrijk.

Vier hoofdargumenten tegen het wetsvoorstel

1. Minder tijd en aandacht voor de inwoner door toegenomen bureaucratie

Het wetsvoorstel zorgt ervoor dat de aandacht vooral gaat naar de verplichte processtappen en beschikkingen. Hierdoor moeten professionals hun tijd meer besteden aan onderhandeling en administratie in plaats van aan directe ondersteuning en samenwerking met inwoners. Er moet gedwongen gewisseld worden van professional als er ondersteuning door het lokale team plaatsvindt. Het wetsvoorstel staat haaks op beroepscodes en professionele richtlijnen. Dit alles kost tijd, geld, vertraagt en verzwakt het vertrouwen in hulp dichtbij én maakt dat gezinnen hun verhaal meerdere keren moeten doen.

2. De echte oorzaken van problemen worden niet aangepakt

De wettekst richt zich op jeugdhulp voor het individuele kind, terwijl voor onderliggende oorzaken zoals armoede, ouderproblematiek of prestatiedruk geen oplossingsrichting wordt geboden. Deze symptoombestrijding helpt kinderen niet en is op de lange termijn vele malen duurder dan een integrale, contextuele aanpak in buurten en wijken. Er staan geen maatregelen tot demedicalisering en normalisering (wat wel wordt beloofd). De gemeente krijgt de opdracht tot samenwerking met andere domeinen, maar geen bevoegdheden daarbij.

3. De wet bakent niet af en zal niet zorgen voor beheersing van de uitgaven

Het wetsvoorstel geeft geen helderheid over de reikwijdte van jeugdhulp: waarvoor is het wel en niet bedoeld? Het verdiept juist de problemen van de huidige wet, in combinatie met het bestuursrecht. Het suggereert dat voor elk probleem een professionele oplossing wordt geboden. Het voegt taken voor gemeenten toe. De juridisering verhoogt de bureaucratie en daarmee de kosten. Met dit alles wordt de reikwijdte verruimd in plaats van beperkt.

4. Extra controle in plaats van gezamenlijke verantwoordelijkheid

De nieuwe wet reageert op stijgende kosten met een extra controlelaag, in plaats van jeugdhulpaanbieders en verwijzers landelijk hun verantwoordelijkheid te laten nemen. Als tussenlaag tussen inwoners en aanbieders, komen lokale teams in een controlerende rol. Het plaatst het lokale team en de aanvullende hulp achter elkaar, in plaats van naast elkaar. Eerst de algemene voorzieningen, dan een maatwerkvoorziening. Eerst een proces van indicatie, dan pas aanvullende expertise erbij. Dit belemmert samenwerking, veroorzaakt vertraging en wantrouwen en ontneemt professionals de ruimte om directe ondersteuning te bieden.

Aanbeveling voor een alternatief wettelijk kader

Wij pleiten voor een wet die uitgaat van vertrouwen en maatwerk. Dit betekent:

  • De wet moet het mogelijk maken om de transformatiebeweging door te zetten. Dus het versterken van buurten en sociale netwerken, ruimte voor maatwerk en individuele hulp nabij, met respect voor beroepscodes en professionele richtlijnen.
  • Lokale teams moeten zelf individueel afgestemde ondersteuning kunnen bieden, in gelijkwaardige samenwerking met inwoners, op maat en waar nodig aangevuld door de expertise van specialistische jeugdhulp.
  • Rechtszekerheid kan gewaarborgd worden via bijvoorbeeld een second opinion, een gezamenlijk geschreven ondersteuningsplan en transparante eisen aan het vakmanschap, zonder dat dit de flexibiliteit en nabijheid ondermijnt.
  • Sturing kan op kosten via macrobudgettering in plaats van sturing op individuele trajecten.
  • Daarnaast is het nodig dat de grondoorzaken in samenhang worden aangepakt.